The Arborator Blues

Aarde, zweet, kwekers van de koude grond, zware geuren, kriebelende baarden, scheerschuim,
petten, schoenen met profiel, klei, zand, planten en bloemen, tederheid, foto’s in en oude schoenendoos,
ontmoeten en herkennen, DNA, stugge stoffen, werkmanskleding, taxidermie, zaaien en oogsten.

1984 “Martijn, doe je jas aan.” Ma staat al buiten. De boterhammen in een papieren zakje, de thermoskan gevuld met koffie. “Kom, we moeten opschieten: De klok wacht niet op ons.” Het is 4 uur, we rijden naar de bloemenveiling in Aalsmeer. Het is spannend. Iedere keer opnieuw. Er is geen tijd te verliezen. Letterlijk. De klok bepaalt.

De veiling ademt zware mannenlucht. Schorre stemmen schreeuwen dwars door elkaar heen. Mijn moeder is een opvallende verschijning tussen al die potige kerels. Maar als dochter van een melkveehouder, opgegroeid in een gezin van 9 kinderen is ze niet bang uitgevallen. Wanneer het nodig is kan ze iedereen overschreeuwen. Ze weet wat ze wil. Ranonkels, Rozen, Phloxen, Delphinium, Echinacea. Ik houd van die exotische namen. Het klinkt als een muziekstuk en mijn moeder bepaalt het ritme: Opschieten, doorzetten, aanpakken, inladen.


Als 13-jarige had ik nog geen uitgesproken muzieksmaak. Maar terugdenkend aan die tijd realiseer ik me dat dit precies de omgeving is geweest waar mijn liefde voor de blues is ontstaan. De dagelijkse beslommeringen getransformeerd in noten uit de mineurladder die, in combinatie met de majeur begeleidingsakkoorden een schrijnende spanning oproepen.

De weg terug naar huis. Het is fijn: De auto ademt bloemen. Ma lacht: “We hebben goeie handel Martijn!” Ze draait aan de knop van de radio. “Is er nog koffie in de kan?”

2017 Ik zit met mijn vader Ab (Abraham, Frederik, Simon 1939) aan de keukentafel. Het is fijn dat we weer eens even echt met z’n tweetjes zijn. De afgelopen jaren zijn voorbij gevlogen. Ik ben door mijn beslissing om na 30 jaar te stoppen met mijn prachtige bloemenzaak en te durven kiezen voor mijn andere passie: Denim en Heritage Clothing, in een tijdversnelling terecht gekomen. Alles moest anders en het anders moest zo snel mogelijk. Dat is nu eenmaal mijn karakter. Eenmaal een beslissing genomen is er geen weg terug.


Op de tafel staat een doos met oude foto’s en krantenartikelen. “Dat is Kees, de vader van Abraham Johannes van Bergenhenegouwen, mijn opa en jouw grootvader.” Zegt mijn vader. Zijn vinger trilt een beetje wanneer hij zijn opa aan wijst. Ik kijk naar de man met de pijp en het voelt alsof ik een ontmoeting heb met mezelf. Die ogen en ook die kaaklijn. Ik krijg een rilling. Ik ervaar een mix van emoties: vertrouwd, sterk, verbonden, trots. En ook dankbaar. In een paar seconden begrijp ik waarom ik doe wat ik doe.


Ze kijken me aan: Vader Kees, Moeder Mas, Bram, Arnt, Kee, Siem Kees, hond Siep en Jan. Wat zouden ze gedacht hebben toen deze foto gemaakt werd? Waarom werd deze foto genomen? Ze staan er stuk voor stuk krachtig op. Ze stralen trots uit. Trots op elkaar en trots op wat ze doen. Het gezin van Bergenhenegouwen: Kwekers van de koude grond.

1908 Vader Kees (Cornelis-Wilhelmus 1853-1929) en Moeder Mas lopen met hun 6 kinderen, over de hei van Soest naar den Dolder. Aan de rand van de spoorlijn ligt een kwekerij die ontwikkeld moet worden. Het gezin hoopt op een betere toekomst. Het is arme grond, de bloesem van de fruitbomen overleeft zelden de eerste nachtvorst. Vader Kees is een harde werker die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werkt. Er wordt geploeterd, gezucht en gevloekt. Maar de familie van Bergenhenegouwen beschikt over een flinke dosis humor dat er voor zorgt dat ze de moed niet laten zakken. Het hele gezin werkt mee. Er worden pompoenen, kalebassen en meloenen gekweekt maar ook planten en bloemen. Met een gehuurde handkar brengen ze lopend de oogst naar de veiling in Utrecht. Over geld wordt zelden gesproken. Het is van nature ook geen spraakzame familie. De kleding die ze dragen lijkt net zo stug te zijn als hun karakter en hun verweerde koppen. Het zijn doorzetters en volhouders. Samen weten ze het hoofd boven water te houden. En ondanks dat ze, bijna de klokrond, aan het werk zijn, maken ze tijd om muziek te maken en te tekenen.


Ook Bram (1899-1965) één van de zes kinderen is het gewend om van jongs af aan mee te werken op de kwekerij. Samen met zijn broertje Kees volgt hij een tuinbouwopleiding. Bram beschikt over een enorme plantenkennis. Hij heeft grote plannen met de kwekerij en wil zich gaan onderscheiden in exclusieve planten. In het najaar van 1928 heeft hij maar liefst 1300 verschillende gewassen. De Hortus Batavus is tot ver in de omgeving bekend. Bram heeft ook een bijzondere hobby, Taxidermie: Het prepareren en opzetten van dode dieren. Hij is net als zijn vader een echte doorzetter, maar de beurskrach van 1930 maakt abrupt en definitief een einde aan De Hortus Batavus. Gelukkig kan hij direct aan de slag op de gerenommeerde kwekerij van Abbing in Driebergen. Een nieuwe en voorspoedige periode breekt aan. Zijn kennis en passie voor planten en bomen in combinatie met zijn creativiteit worden opgemerkt door de vrijzinnige tuinarchitect Mien Ruys. Bij haar krijgt hij de kans om zich te specialiseren in tuinarchitectuur.


De woorden van mijn vader vertellen onze geschiedenis. De foto’s laten zien waar ik vandaan kom. Dit zijn mijn roots. Het gevoel dat er een bloedstroom is die, al decennia lang door de aderen stoomt van vaders en zonen, geeft een ongekende kracht. Alles waar ik voor sta, wat me inspireert en drijft is generatie op generatie gevoed en gevoeld. De liefde voor planten en bloemen, de taxidermie maar ook de hang naar vrijheid, ondernemerschap en doorzettingsvermogen. Zelfs mijn harde lach en relativeringsvermogen zijn onbetwist bestanddelen van het DNA van mijn familie.

2015 Maastricht Arborator, Denim Company
Ik open mijn nieuwe winkel: De geschiedenis en het heden zijn met elkaar verweven. Arborator is de plek waar kleding een synoniem is voor een manier van leven. De bloemen zijn verdwenen maar mijn vakmanschap en liefde voor kwaliteit zijn verankerd in mijn passie voor authentieke Denim en Heritage Clothing. De combinatie van weerbarstigheid, trots en tederheid op de gezichten van mijn overgrootvader en opa zie ik terug in de authentieke blauwe denim die tot leven komt door de persoon die het draagt. Elke fading die na lange tijd tevoorschijn komt is uniek en staat symbool voor vrijheid, onafhankelijkheid en authenticiteit. Arborator is de meest eigenwijze en eigenzinnige kledingzaak, bezield door roots en craftmanship, voor echte mannen die het leven weten te (door)leven.

Ik ben Martijn van Bergenhenegouwen.
See you later Arborator!

 
Arborator (plural arborators)
Latin, from arbor (“tree”). A person who plants and takes care of trees.

[Ar-bo-rator (arborator) Phyllobius arborator (Coleoptera: Curculionidae), een nieuwe snuitkeversoort voor de Nederlandse fauna, gevonden op Amerikaanse vogelkers]
error: Deze inhoud is beveiligd!